De tweede week zaten we in een gîte in Dragey, een klein plaatsje tussen Avranche en Granville in Normandië. Vanuit ons huisje zagen we de Mont St. Michel liggen. Er werden elke dag tochten georganiseerd om daarheen te lopen en omdat het de volgende dag gunstig uitkwam qua tijd hebben we ons gelijk maar ingeschreven.
Je gaat dan onder begeleiding van een gids (in dit geval een superklein vrouwtje met een enorme rugzak), door de baai op blote voeten en in korte broek naar het eiland en daarna weer terug. Je loopt over zacht zand, hard zand, door modder, door water met af en toe flinke stroming, het was een ontzettend leuk avontuur. Overal zag je groepjes met gidsen lopen, we hadden twee uur voor de heentocht, konden ter plaatse 1 uur blijven en moesten dus ook weer twee uur teruglopen. Dat was helaas niet echt goed voor mijn achillespees, maar ik had het niet willen missen. Op de Mont zelf is het erg toeristisch, de parkeerterreinen staan vol met auto’s en bussen en je hoort allerlei verschillende talen, we zijn maar niet helemaal naar boven naar de Abdij geklommen, maar hebben lekker zitten uitrusten.







